Bessen: sleedoorn, vlier en duindoorn

Wildplukken is echt de hobby van 2011. Van veel mensen althans, aangestoken door Edwin Florès. Je weet wel, de man met de paddestoelen kweeksets. Maar met Casa Foresta geeft hij ook workshops wildplukken en daarbij hoef je niet enkel naar paddestoelen te zoeken.

Maar mijn hobby is het (nog) niet. Ik ben namelijk een enorme loser als het op wildplukken aankomt. Ja, je hoort het goed. Een sukkel. Een watje. Een onzettende niet-bioloog.

Nu wil ik natuurlijk wel eens zelf wat plukken en er iets leuks van maken….

Dus stapte ik met enkele locaties van de Wildplukwijzer (van weer een andere meneer, die ook zelf jaagt en worst maakt enzo, maar daar zul je me verder niet over horen, dat snap je) in mijn hoofd onlangs op de fiets naar het Leidse park Cronesteyn. Ingeklemd tussen de stad en de A4 echt een geweldige plek om wat frisse lucht te happen (maar laat vooral je fijnstofmeter even thuis).

Daar aangekomen ging het mis. ‘In de hoek van het bos naast het voetpad staat een hazelaar.’ Of stond er nou ‘in de hoek van het grasveld naast de sloot.’ Kolere!
De google afbeeldingen ‘hazelaar’ waren ook al niet op mijn netvlies blijven hangen. Met twee lege plastic zakjes -what was I thinking?- keerde ik huiswaarts.
Wel had ik op mijn terugweg een interessante blauwgekleurde bes gezien die echt vreselijk op een bosbes leek. Bij het raadplegen van wederom de Wildplukwijzer, zag ik een marker op de plek waar ik de bessen had zien hangen en leerde ik dat het sleedoornbessen waren die ik dus niet had meegenomen.

Genoeg reden voor een poging twee. Weer op zoek naar die vermaledijde hazelaar. En ja, daar stond ik dan in de goede hoek voor een zee van zeiknat hoog gras met gympies aan en in een korte broek. Sja, maar de echte wildplukker laat zich niet kennen en…. stuurt haar man het gras in!
Die vond uiteindelijk iets wat de hazelaar zou moeten zijn. Maar het hazelnotenseizoen bleek natuurlijk al voorbij, dus ons zakje bleef leeg.
De naburige lullig kleine walnotenboompjes bleken uberhaupt nog te klein voor vruchten. Gelukkig voor mij, hadden mijn schoonouders walnoten voor me geraapt aan de Moezel.

sleedoorn

De sleedoorn vond ik wel weer terug en van de bessen ga ik siroop maken, volgens een recept van de zeer grappige medekookblogger Antoinette.
Ook zag ik vlierbessen hangen. Dat dacht ik althans: zwarte bessen in trossen. Maar toen keek ik naar de boom naast ‘mijn’ vlier en daar hingen verdorie ook dezelfde kleine zwarte bessen, maar net op een andere manier.
Kijk en daar gaat het mis. Hoe weet ik nu welke de vlierbes is en welke niet? Het antwoord is simpel: fotograferen en op Twitter vragen. Aan bijvoorbeeld @casaforesta. Het bleek toch echt vlierbes, waar ik een zak van had meegenomen. Ik wil ook hiervan siroop maken en dan aanlengen met bubbels voor een frisdrank.

vlierbes

En dan duindoorn. Kan echt niet missen. Knaloranje bessen die aan lage stekelige struiken groeien in duingebieden. In principe mag je ze niet zomaar uit de duinen plukken, maar voor burgerlijk ongehoorzame tiepjes toch de volgende tip: voordat je ze kunt verwerken tot bijvoorbeeld jam, moet eerst de vorst eroverheen. Dit heeft te maken met het zetmeel dat door de vrieskou in suiker wordt omgezet. Je kunt wachten op de eerste vorst, maar natuurlijk ook even je vriezer gebruiken.

5 reacties

  1. Leuk wel,maar hou je er rekening mee dat Cronesteijn op een vuilnisstort is gebouwd …

  2. En op die kaart die je noemde, kan jan en alleman iets toevoegen, zonder enige kennis van zaken. Wie controleert of het goed is?
    Ik ben echt wel een fan van plukken en maken, maar wil wel zeker weten of het verantwoord is.

  3. Sja, hoeveel jaar geleden? Die bomen lijken daar al een eeuwigheid te staan hoor.

  4. Ik heb het bij mensen met verstand van zaken gecheckt. :) Ook de sleedoorn.

  5. Ik ben trots op je hoor! :)

Laat een reactie achter

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*