'Olifantspoot'

Niet echt een naam waarvan je smaakpapillen spontaan een choreogafie inzetten. Ik zag het bordje waarop het stond liggen, keek naar de knol die ernaast lag en richtte me tot de winkeldame met de vraag wat het was. Een soort zoete aardappel. Of het dan geen bijnaam was? Nee, dat was het niet. Het lijkt op taro en vermoedelijk is het gewoon taro. Hoe die gekke naam de wereld in is geslingerd? Vermoedelijk een fout ergens in de lijn van producent naar winkelier, want ‘olifantsOOR’ is wel een bijnaam van taro (dank aan Eediete voor het zoekwerk). Ik kreeg er van de vriendelijke dame een weergaloze culinaire tip bij: in plakken snijden en bakken. Nee, niet echt inspirerend, maar natuurlijk wel een prima idee! Sudderen in wat roomboter en eten met een beetje zout en peper leek me dan ook wel wat. Het was lekker! Minder zoet dan een bataat, beetje de romigheid van een goede aardappel en een stevige bite. Eerst heb ik het laten sudderen in een schaamteloze hoeveelheid roomboter; toen de plakken (zo’n 5 mm dik, halverwege omkeren) zacht waren, heb ik wat boter uit de koekenpan gehaald (als ik nu zeg ‘afgegoten’ dan rent iedereen weg…) en het vuur hoger gedraaid, zodat de plakken wat knapperiger en mooi bruin werden.

We aten het naast komkommer-fetasalade en vóór de venkelrisotto en een leuk chocoladepuddinkje dat ik in dezelfde winkel* vond. Verder nam ik er nog twee kaasjes mee: Toco (een kaasje met groene pepers) en een Zwitsers bloemenbergkaasje. In mijn vorige blogje schreef ik over echte kaneel; ik vond het gemalen in een potje in die winkel. Ik zag het al aan de kleur, nam het mee en bij thuiskomst rook ik dat ik gelukkig goed had gegokt.

De ‘olifantsoor’ zie ik me voor een feestje nog wel eens dun gefrituurd bereiden met een leuk sausje erbij.

*De Helianth, een derde biowinkel in Leiden.

Laat een reactie achter

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*