Roma, ik ben en ik eet.

Ik heb alvast 1 ding gemeen met de Romeinen; ik besteed veel tijd op een dag met het bezig zijn met eten. Als ik niet eet, dan denk ik er wel aan. En dan te bedenken dat ik niet eens een grote eter ben.

Het is hier ook overal en juist omdat ik weet hoe belangrijk de verschillende regels omtrent eten zijn, ben ik voorzichtig. Anders dan andere toeristen, die nemen waar en wanneer ze zin hebben lijkt het. Maar mijn vermomming werkt helaas niet. Als ze me zien, beginnen ze vaak al in het Engels. Ik kan me best redden in het Italiaans, zeker als het om voedsel gaat. Ik zie er niet eens opvallend Noord-Europees uit, echter heb ik een man naast me lopen die eerder een Germaan dan een Romein lijkt. Hij verraadt me nog zonder dat ik dat zelf doe met mijn niet-Italiaanse accent

Gisteren een prima pizza op met een iets te zwaar vallend wijntje.

Vanochtend cappuccino en een broodje in een drukke bar op de hoek van stazione Termini. We ontdekten hier een omgekeerd systeem: eerst ga je betalen bij de dame van het betalen en vervolgens loop je met het bonnetje richting koffiemannen. Ze zijn behoorlijk serieus daar op die hoek aan de noordoost kant. Ik heb er alleen Italianen gespot, dus we zaten goed.

Op weg naar de begraafplaats voor buitenlanders en niet-katholieken (het is er prachtig, ik was er al eerder geweest, zelden zo’n goed onderhouden ‘tuin’ gezien) aten we ergens een tramezzino met champignon en iets wat smaakte als mayo, maar aanvoelde als kaas. Niet zo. Het knapperige broodje met gegrilde courgette en aubergine was echter wel lekker.

Wandeling door de Aventijn. Als ik ooit nog eens in Rome kom te wonen (lees: nooit, nooit, liever niet) dan daar. Fijn rustig. In een gekke tent met psychedelisch behang en een funky naam (Mary’s pizza) aten we een heerlijk zoute focaccia met rozemarijn en de bekende supplì a telefono (gefrituurde rijstsnacks met mozzarella). Door een verwarrend gesprekje met de dame achter de counter eindigden we uiteindelijk ook nog met een snack waarin courgettebloemen zaten en vis. We hebben het nog even mee naar buiten genomen voor de beleefdheid en eten weggooien doe ik anders nooit, maar als we iets niet… enfin.

Ik ben geloof ik niet zo’n molletje, want tramlijn A die nog onder lijn B ligt vind ik maar niks. Ik doe het wel, maar ga het liefst zo snel mogelijk weer fijn naar normaal straatniveau. Bij het Pantheon in de buurt haalden we nog een pezzo della pizza bianco met aardappel en mozzarella. Ik zag er nog een grappig meneertje die debiel piepende muisjes verkocht. Speelgoed.. Dronken we tussendoor ook niet ergens een ‘beroemde’ koffie, met zogenaamd een mysterieus ingrediënt erin? Het was wat zoet, wellicht een drup amaretto?

En toen! Het avondmaal. We hebben flink gelopen vandaag, onder andere door de enorme restanten van de termen van Caracalla, de vroegere hang-out voor badende romeinen (zo’n 5000 per dag). Er mocht dus best wat eten in. We zaten bij Gusto, een heel fijn en hip restaurantje ten noorden van het centro storico.
Heerlijke tonnarelli cacio e pepe, gevulde raviolo met ricotta, gegrilde radicchio en een fantastische insalata met venkel. Erbij een fijn wijntje uit Lazio. Peer-chocolade taart en wat bolletjes ijs toe.

cacio e pepe

5 reacties

  1. Zie je wel dat die aardappelpizza bestaat! Jij vond dat nog gek. En zo te zien ook met rozemarijn, zoals ik al zei :-)

  2. Jaa, jij hebt altijd gelijk. :p

  3. Rare meisjes, die Romeinen…

  4. Leuk, leuk, leuk en lekker!

Laat een reactie achter

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*