Siciliaans kerstmenu

Op Vegatopia staan dit jaar weer vijf geweldige menu’s: Savooiebloempoen (turducken, maar dan zonder eend, kalkoen en kip), Portugees, Koreaans, kerstbrunch, Zout Zuur Bitter Zoet Umami). Ik werkte dit jaar achter de schermen en heb geen menu gemaakt. Vorig jaar maakte ik het Siciliaanse menu en die plaats ik dit jaar op mijn site.

Jaren geleden was ik op vakantie op Sicilië. Het was in september en heel het eiland kleurde geel. Vijgen en cactusvijgen hingen volop langs de kant van bergweggetjes, maar de laatste tomaten hingen al wat treurig aan hun takjes. Op Sicilië wordt veel vis gegeten, maar onderstaand menu is uiteraard geheel vegetarisch. Er zijn ook Siciliaanse snacks en straatvoedsel in verwerkt; alles is typisch Siciliaans!

alt

Het menu is voor vier personen.

Arancini

***

Venkel-sinaasappelsalade

***

Caponata met chocolade
Panelle

***

Cannoli
Cassata Siciliana

***

Kaasplankje met Marsala


Voorbereiding: begin met het doorlezen van alle recepten en maak een planning. Zo moet er voor het dessert namelijk uren van tevoren (kan ook een dag eerder) begonnen worden en is de frituurpan wel drie keer nodig. De arancini kun je dagen of weken tevoren al maken. De aubergines en panelle kunnen in de ochtend gefrituurd worden. Al moet je vlak voor het opdienen van het hoofdgerecht nog wel de frituurpan even tevoorschijn halen.
 Ik heb ervoor gekozen twee Siciliaanse desserts op te nemen in dit menu. Je kunt ze beide maken of er één kiezen.

Arancini

alt

Een arancino is een straatsnack. De ballen heten zo omdat de vorm en kleur doet denken aan een sinaasappel (arancia). Doorgaans zijn ze groter dan het formaat dat je krijgt met dit recept.

De onderstaande hoeveelheid is voldoende voor twaalf balletjes. Je hebt er acht nodig voor vier personen, maar hanteer een marge in verband met het eventueel kapot gaan van bal. Wat je overhoudt, kun je prima invriezen of in de vriezer laten liggen.
 Als je dit gerecht als amuse wilt serveren, geef je maar één balletje op een kleine satéprikker.

Risotto

15 g roomboter
1/2 ui, gesnipperd
1/2 teen knoflook, fijngesneden of geperst
40 ml rode wijn
125 g arboriorijst (een andere geschikte rijst voor risotto kan ook)
1 volle el passata
1/2 groentebouillonblokje
25 g parmigiano reggiano of grana padano

    Los het bouillonblokje op in vierhonderd milliliter warm water.
    Fruit de ui glazig in de boter. Voeg de rijst toe en roer een minuutje op laag vuur door. Giet de wijn erbij en roer weer een minuutje om.
    Voeg nu de passata toe en begin met toevoegen van een klein beetje bouillon. Blijf steeds roeren en blijf steeds kleine beetjes bouillon toevoegen. In principe zou je na ongeveer een half uurtje een lege waterkan en gare risotto moeten hebben, maar begin al iets eerder met proeven. Misschien heb je niet genoeg bouillon, in dat geval nog een beetje water toevoegen.
    Roer er als laatste de kaas door en zet de pan minstens enkele uren weg, zodat de risotto kan opstijven en je er balletjes van kan vormen.

    De balletjes maken

    25 g rookkaas (zonder randjes) of scarmorza affumicata, in kleine blokjes of geraspt
    1 ei
    30 g bloem
    40 g paneermeel of tot paneermeel verkruimelde beschuiten

      Zet een bord klaar met de bloem en een bord met het paneermeel. Kluts het ei in een kom.
      Vorm twaalf hoopjes van de risotto.
      Druk elk hoopje tot een plat balletje (ter grootte van een bitterbal). Druk er met je duim een kuiltje in en doe er wat kaas in. Vouw de rijst eromheen, zodat het een ‘echt’ balletje is en de kaas in het midden zit.
      Rol de balletjes eerst door de bloem, daarna door het ei en als laatste door het paneermeel. Zorg dat de balletjes goed met paneermeel zijn bedekt en er geen ei meer doorheen ‘schijnt’.
      Verwarm de frituurolie. Ik gebruik een klein frituurmandje dat je op het vuur zet, maar een echte frituurpan of grote wok kan natuurlijk ook.
 Laat de olie goed heet worden en test de temperatuur met een stukje brood. Als het brood direct flink gaat bruisen, is je olie goed. Zorg dat de olie dan op temperatuur blijft en niet te heet wordt (gaat walmen).
      Frituur de arancini in drie porties mooi bruin. Laat ze op keukenpapier uitlekken. Doe dit op een groot bord of bakplaat, zodat de balletjes elkaar niet kunnen platdrukken.
Je kunt de arancini, als ze afgekoeld zijn, invriezen of bewaren in de koelkast. Laat de arancini, als ze uit de vriezer komen, eerst ontdooien.
      Verwarm ze in een hete oven en rijg er twee op een prikker.

       

      Venkel-sinaasappelsalade met pistachedressing

      alt

      300 g venkel
      3 handsinaasappels (of 4, als ze klein zijn)
      100 g gepelde pistachenootjes (dat is ongeveer 250 g ongepeld)
      goede olijfolie
      1 1/2 el balsamico-azijn
      peper uit de molen en zout

        Maal de pistachenootjes in de keukenmachine. Voeg de balsamico toe. Giet daarna olie erbij tot het een smeuïge massa is. Breng op smaak met peper en zout.

        Was de venkel en verwijder eventueel de buitenste lok. Snij de ‘vingers’ van de venkel en leg ze apart. Hou ook het venkelgroen apart, dit kun je nog gebruiken voor de garnering.
        Snij de venkel met een mandoline of de plakjeskant van een rasp in dunne plakjes.
        Schil de sinaasappels dik; zorg ervoor dat je geen witte schillen meer hebt.

        Snij de sinaasappels in plakken van ongeveer een halve centimeter. In totaal heb je zestien plakken nodig.

 Verdeel de pistachedressing over de borden. Smeer deze met de bolle kant van een lepel uit tot een cirkel.
        Leg per bord vier plakken sinaasappel op de dressing, met daarop een flinke pluk venkel.
        Snij nog wat groen van de venkelvingers in dunne plakjes en leg dit erop. Maal er wat zwarte peper over en giet er wat olijfolie om- en overheen.

         

        Caponata met chocolade

        alt
        Rechts: caponata en links: de panelle

        De aubergines kun je enkele uren van tevoren frituren. De rest van de caponata kun je ook van tevoren maken. Je hoeft het geheel dan alleen nog op te warmen en bij elkaar te doen. Roer het voorzichtig door en niet al te lang, zodat de aubergines heel blijven!

        500 g aubergines
        75 g bleekselderij, in dunne plakjes
        1 ui, gesnipperd
        3 el balsamico-azijn
        150 g passata (Heinz, andere merken zijn te zuur)
        1,5 el kappertjes op water
        10 olijven, in de lengte gehalveerd
        25 g rozijnen
        25 g pijnboompitten, geroosterd
        20 g pure chocolade, geraspt op een fijne rasp
        olijfolie
        zwarte peper uit de molen en zout

          Snij de aubergines in de lengte doormidden en snij ze vervolgens in halve maantjes. Stort ze in een vergiet en strooi er heel royaal zout over (even omschudden, zodat het zout overal komt). Laat het vergiet minimaal een uur boven een kom staan.
          Als het goed is, is hierna een groot deel van het vocht uit de aubergines getrokken. Spoel ze af en dep ze daarna goed droog met een keukendoek.

          Verwarm een neutrale (frituur-)olie: test of je olie warm genoeg is met een stukje brood (moet direct gaan bruisen) of met een kookthermometer (180 graden).
          Frituur de aubergines in ongeveer vier porties. Als het goed is, heb je in drie minuten frituren (per portie) goudbruine aubergines met een knapperig laagje.
          Laat de aubergines uitlekken in een vergiet met keukenpapier en bewaar ze tot je de rest van de caponata gaat maken.

          Bak de ui en bleekselderij in een scheut olijfolie op laag vuur in een pan met dikke bodem. Als ze zacht zijn (harde bleekselderij is in caponata minder lekker dan zachte), blus je ze af met de balsamico-azijn.
          Roer dit een minuutje om en giet er de passata bij.
 Roer er dan voorzichtig de aubergines, kappertjes en olijven door. Breng op smaak met zout en peper.

          Leg een serveerring op het bord en duw de caponata erin. Haal de ring weg, giet er wat lekkere olijfolie omheen en over en strooi de pijnboompitten, rozijnen en chocolade erover.

          Panelle

          Panelle zijn gefrituurde kikkererwtensnacks die je op Sicilië meestal tussen een broodje eet. De panelle worden het mooist als je ze in twee keer frituurt.

          125 g kikkererwtenmeel
          375 g water
          1/2 tl fijn zout
          1 teen knoflook, geperst
          olie om te frituren
          om af te maken op het bord: citroensap, olijfolie, grof zout, zwarte peper uit de molen en fijngesneden peterselie

            Zeef het kikkererwtenmeel in een pan. Giet het water erbij en doe het zout en de knoflook erbij en roer even door. Zet de pan dan op het laag vuur en begin met roeren. Het geheel wordt langzaamaan dikker. Blijf vooral roeren, anders krijg je klonten. Na ongeveer tien minuten is het dik genoeg. Het moet goed warm worden, maar pas op dat het niet zo erg gaat borrelen, dat het uit de pan springt.
            Mochten er toch klonten ontstaan, pak dan snel een garde en roer nog steviger door tot de klonten weg zijn. Na tien minuten is het geheel te stijf om de klonten er nog uit te slaan, dus probeer ze te voorkomen.

            Leg een bakblik klaar met bakpapier erop. Smeer het panellemengsel uit tot een plak van ongeveer een halve centimeter dik. Laat het even afkoelen en uitharden.
            Je kunt er nu elke vorm van maken die je wilt: snij er bijvoorbeeld driehoeken van, of kerstklokken. Je kunt ook een koekvormpje gebruiken.

            Verwarm de olie tot ongeveer 180 graden. Je kunt de panelle het beste in twee keer frituren. De eerste keer frituren kun je enkele uren tevoren doen. Bij de eerste keer frituur je de panelle tot ze drijven en licht goudgeel zijn. De tweede keer frituren zorgt ervoor dat ze mooi goudbruin en knapperig worden. Beide keren mag de olie even heet zijn. Het lekkerste is om ze direct uit de frituurpan te serveren, want ze kunnen wat slap worden.

            Leg de panelle naast de caponata. Knijp er wat citroensap over, giet er een straaltje olijfolie bij en strooi er grof zout, peper en peterselie over.

             

            Cannoli

            alt
            V.l.n.r.: cannoli op Sicilië, de cannoli volgens onderstaand recept, cannoli gekocht bij de Siciliaans-Italiaanse winkel Bocconi in Leiden

            Met de hoeveelheden voor onderstaande vulling kun je tien kleine cannoli vullen. De wafeltjes koop je bij de Italiaanse speciaalzaak (bijvoorbeeld Pomino in Leiden) of je maakt ze zelf. Amarenen koop je ook bij de betere Italiaanse winkel. Mocht je die niet kunnen vinden, neem dan kersen op siroop.

            10 cannoliwafeltjes
            100 g pure of extra pure chocolade
            50 g amandelen, eventjes in een pan geroosterd
            60 g ricotta
            60 g mascarpone
            1 el poedersuiker
            20 amarenen (kleine pot) of ontpitte kersen
            3 el van de siroop van de amarenen of de kersen
            zest van 1/4 biologische citroen

              Eerst ga je de wafeltjes voorzien van een laagje chocolade. Zet een constructie klaar waarop je de tien wafeltjes met chocolade kunt drogen, bijvoorbeeld een pastadroogrek of een koekjesdroogrek. Op bakpapier op een bakplaat leggen kan ook, al wordt het dan minder fraai, omdat de chocolade plat wordt gedrukt.
 Smelt de chocolade au bain-marie. Voeg twee eetlepels van de amarenensiroop toe en twee eetlepels gekookt water. Haal de pan van het vuur af.
 Doop de wafeltjes met de zijkanten en onderkant in de chocolade en leg of hang ze te drogen.

              De vulling
              Maal de amandelen fijn. Klop de ricotta en mascarpone door elkaar met de amandelen, de poedersuiker, citroenzest en de amarenen- of kersensiroop.

              Als de chocolade uitgehard is, kun je de wafeltjes gaan vullen. Gebruik hiervoor een spuitzak. Duw tot slot aan elke kant van de cannoli een amarene of kers.

               

              Cassata Siciliana

              alt
              Bovenstaande cassata Siciliana at ik op Sicilië zelf

              Cassata Siciliana wordt vaak ter grootte van een taart gemaakt, maar je ziet ook wel eenpersoonsporties, net zoals in onderstaand recept.
              De sinaasappelvulling moet minimaal vijf uur van tevoren gemaakt worden, want ze moeten na bereiding nog in de vriezer of de koelkast. De cake moet minimaal twee uur van tevoren gemaakt worden, omdat hij nog moet afkoelen. In principe kan alles ook een dag eerder, maar let er dan op dat het ijs even moet ontdooien voordat het geschept kan worden.

              Sinaasappelvulling

              sap van 1 biologische sinaasappel
              zest van 1 sinaasappel
              30 g gekonfijte citroen of sinaasappel (bij biowinkels te koop)
              200 g ricotta
              4 cantuccini (koekjes), tot kruimels gestampt

                Haal met een zesteur of fijne rasp de oranje schil van de sinaasappel. Pers de sinaasappel daarna uit.
 Meng het sap en de schil met de ricotta, de gekonfijte citroen of sinaasappel en de cantuccini. 
Schep dit in een vriesdoos en zet deze in de vriezer; roer elk uur even door. 
Zorg ervoor dat de mousse niet volledig bevriest, dus haal het er na een paar uur uit om verder te verwerken.

                Cakelaag

                1 ei
                100 g suiker
                100 g boter
                100 g bloem
                1 tl bakpoeder

                  Klop het ei, de suiker en boter door elkaar. Daarna doe je de bloem erbij. 
Giet het beslag in de kleinste cakevorm die je hebt. Het maakt niet zo uit hoe hoog of laag de cake wordt. 
Bak de cake ongeveer drie kwartier op 150 graden. Prik er met een satéprikker in om te zien of hij gaar is.

                  Marsepein
laag

                  500 g marsepein
                  paar druppels kleurstof naar wens

                    Oranje kleurstof past natuurlijk mooi bij de sinaasappel. Het kan ook met wat bietensap voor een rode kleur
poedersuiker

                    Kleur de marsepein en rol met wat poedersuiker uit tot een lap van ongeveer 30×30 centimeter en een dikte van twee tot drie millimeter.
                    Snij deze in vier grote rondjes van tien centimeter doorsnede en steek er ook vier rondjes uit van acht centimeter doorsnede.
                    Leg op elk bordje een klein rondje marsepein. Schep op elk rondje een lepel sinaasappelricotta. Dek de ricotta af met dunne plakjes cake die je een beetje dakpansgewijs erop en eromheen legt (je houdt wellicht nog wat over) en dek het geheel af met de grote rondjes. Vorm er een beetje een bolletje van. 
Mocht je nog marsepein over hebben, dan kun je er een versiering mee maken. Maar een gekonfijte kers bovenop volstaat ook.

                     

                    Kaasplankje met marsala

                    alt
                    Een kaasboer verkoopt zijn kazen op Sicilië. Links zie je o.a. pecorino en rechts caciocavallo

                    Een kaasplankje is een fijne afsluiter van je diner. Siciliaanse kazen vind je echter niet zo snel bij een willekeurige kaasboer en al helemaal niet in de supermarkt. In grote steden kun je natuurlijk wel langsgaan bij de betere kaaswinkels om te vragen wat ze hebben. Ik beschrijf hieronder enkele Siciliaanse kazen.
Mocht je slechts één Siciliaans kaasje kunnen krijgen of zelfs geen, dan stel je natuurlijk gewoon een plankje samen van Italiaanse kazen waar je wel aan kunt komen. Kies vier of vijf kazen en zorg voor zachtere en meer pittige soorten.

                    • Pecorino Siciliano: deze schapenkaas heeft een beschermde status. Hij kan enkele maanden hebben gerijpt, maar ook langer dan een jaar. De smaak hangt dus af van de rijpingsduur.
                    • (Caciocavallo) Ragusano: gemaakt van rauwe koemelk. Ook hier geldt dat de smaak afhankelijk is van de rijpingsduur en dat de kaas een beschermde status geniet. Er is trouwens ook een caciocavallo palermitano (uit de buurt van Palermo)
                    • Canestrato pepato: een halfharde kaas met peperkorrels, die ongeveer een half jaar heeft gerijpt
                    • Ricotta salata: een ricotta die geperst, gezouten en gerijpt is.

                      Serveer vijgenjam bij de kazen. Vijgen floreren in de herfst op Sicilië. Ze zullen eind december in Nederland niet alom verkrijgbaar zijn en dan nog is het de vraag of ze smaakvol zijn. Daarom kun je beter een lekkere vijgenjam kopen. Je vind vijgenjam in de grotere supermarkt, maar ook bij de Turkse/Marokkaanse winkel of een (Italiaanse) delicatessenwinkel.

                      Een wijn die hier goed bij past is marsala, een versterkte wijn uit het gelijknamige gebied in het westen van Sicilie. Er zijn verschillende soorten te koop, van droog tot zoet en in verschillende kleurnuances.

                      één reactie

                      1. Het ziet er echt heel lekker uit, Annemieke! Vanuit mijn eigen affiniteit met chocolade vind ik vooral de caponata er erg goed uit zien! :)

                      Laat een reactie achter

                      Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

                      *