Sicilië, 2/4

Zaterdag
Rit naar Lercara Friddi, ten westen van Alia. Op een smalle brug rijdt een tegenligger ons spiegeltje eraf. We zijn een paar uur kwijt met telefoontjes plegen en in een garage regelen met wat Italiaans en nonverbale uitbeeldingen dat we een niet passende spiegel op de nog wel overeind gebleven spiegelomlijsting geplakt willen hebben. Het dorpje zelf maakte de ellende wel goed. We kochten er een gezellig blauwwit gestipte Bialetti en een fantastische melkklopper. Bij een alimentari haalden we lekkere panini, bij een groentenboertje witte uien, knoflook en iets groens wat later een klein meloentje bleek dat qua smaak ook wat weg had van komkommer. In pasticceria Francesco Vento kregen we een punt pizza met aubergine en een salade. We namen een fles wijn mee van rond de Etna en cannoli, een krokant hoorntje gevuld met ricotta, gedroogde vruchtjes en soms chocolade. Het kan natuurlijk alleen maar voorkomen in een land waar eten zo belangrijk is, dat je je zoetigheden op een ‘gouden’ schaaltje als kadootje verpakt mee naar huis krijgt (met een strik eromheen!). Het feest was compleet met chocolade en baci-ijs en een beker granita (die ik op de auto had gezet en later tijdens het rijden eraf viel).
Panini, kaasjes, etna wijn, simpele zelfgemaakte Caponata (aubergines zijn hier erg goedkoop) en cappuccino met cannoli. Poesjes als gezelschap; nee het is zeker geen straf op Sicilië te zijn.

Domenica
De waterfles waaruit ik drink maakt muziek. Dat komt door de warme wind die hier door de vallei trekt. Ze neemt een regen- en onweersbui mee die we van kilometers ver zien aankomen, maar die in de vallei naast ons voorbij trekt. Het levert een lichtspel op waarbij steeds wisselende plekken op de bergen verlicht worden door de gaten in het wolkendek. Het is niet meer duidelijk welke neerwaartse streken zonnestralen zijn en welke regen. De zongedroogde tomaten worden uit voorzorg afgedekt vanwege de bui die ons nooit ging bereiken.
Het is zondag en elke Italiaan zou dan thuis blijven; ik heb echter nog niet eerder zoveel gekakel gehoord als vandaag. Vanochtend stond er in de hal een tafel met de kazen die er op de boerderij hier gemaakt worden; allen van schapenmelk. We hebben er vier gekocht om hier op te eten; eentje met hele zwarte peperkorrels, een jonge met peperoncino, een neutrale jonge en een oudere. Allemaal 6 euro de kilo; fijn goedkoop, daar krijg je in Nederland een vieze fabrieksjonge voor.
Ik rijd liever niet in het donker, maar ’s avonds willen we toch de lokale pizzeria bezoeken: denk snackbar, er werd meer afgehaald dan gegeten. Er zat nogal veel kaas op de pizza, maar het was goed te doen. Ik geloof niet dat er een briljante oven stond.

Maandag
Ontbeten met zoet broodje dat we de dag ervoor in Alia gehaald hadden. Gezellig met poedersuiker erop en nog een kilo suiker erin natuurlijk; want je moet ergens je energie vandaan halen als je pas om twee uur weer gaat eten. We doen het zuiden aan in twee dagen. Het hotelltje dat we in Agrigento hadden geboekt bellen we af, omdat het strandje waar we heen gaan ook genoeg overnachtingsmogelijkheden biedt. Een enigzins warrige, lieve oude man, die volgens zijn visitekaartje ooit Professore was verhuurt ons een tweepersoonskamer voor veertig euro. Bij één van de vier strandtenten die dit stukje kustlijn rijk is, krijgen we niet erg goede pastaschoteljes; penne alle norma en mijn tagliatelle met pistachesaus zwemt in de room. De Cassata Siciliana is echter wel bijzonder schattig. Het zeewater is fijn warm, veel slierten, geen schelpen, en de rotsen in de verte mooi wit. Bij strandtent nummer twee eten we ’s avonds een lekkere pizza.

Laat een reactie achter

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*