Sicilië, 1/4

Ik ben zaterdagnacht terug gekomen van elf dagen Sicilië. Een stuk aarde dat al een tijd bovenaan mijn verlanglijstje stond, maar ik nog niet had getrotseerd vanwege aandrang niet te willen vliegen. Nu ik vorig jaar per vliegtuig naar Krakow ben geweest, was het dit jaar tijd mijn verlangen eens te gaan vervullen.
Het is een bijzondere regio en hieronder zet ik mijn reisaantekeningen en foto’s die ik er heb gemaakt. Van tevoren had ik mij in het bijzonder verheugd op een ontdekkingstocht naar het Siciliaanse eten en het ontdekken van een voor mij weer nieuwe Italiaanse regio.

Donderdag
Gister tegen middernacht zaten we met onze net opgehaalde huurauto binnen tien minuten in het hoerendistrict. Onze navigater Koos deed nog wat vaag, maar gelukkig draaide ik ons met het lichte stadsstuurtje snel weer in de richting van minder eng gebied. Het ontbijtdeel van onze B&B bevond zich op het piazza bij de dom en om daar te komen liepen we eerst gefascineerd door de lokale vis- vlees- en groentenmarkt. Ondanks het hoge gehalte aan karkassen vind ik het toch niet helemaal een onprettige omgeving; door de bedrijvigheid heerst er hier meer een sfeer van leven dan van dood. P. die achter mij staat moet giechelen als hij ziet dat ik mij naar links draai net op het moment dat er een slagertje langs loopt met een halve koe over zijn schouders. Onze brioche en cappuccino waren wel safe gelukkig.
Na ruim drie uur rijden komen we aan bij Villa Dafne en het uitzicht bij ons appartement loont de moeite. Jeetje en 50 meter onder ons de vallei in liggen zongedroogde tomaten op een plat dak op roosters te drogen. Ze bestaan nog!
Op zoek naar een supermercato. De mensen hier zijn arm en dat merk je aan de geringe hoeveelheden voorzieningen. In ’t kleine supermarktje dat we vonden waren enkel tomaten als groente. Hele lelijke, maar goddelijk van smaak. Alia heeft ook een oud mannetje die hele harde scheten kan laten. Wij moesten hier helaas getuige van zijn, toen we hem passeerden. Hij ging er zelfs even stil voor staan.
’s Avonds eten we in het restaurant van het agriturismo. Valt tegen; als in een mensa krijgen we steeds eten opgeschept. Bovendien direct op de eerste avond al Caponata en Cassata; ze eten hier vast vaak hetzelfde. We hebben het moeten ervaren om te concluderen dat we de resterende avonden elders eten.

Vrijdag
Ontbijt van het complex is Europees; appeltaart en thee uit een thermoskan, wel croissant, geen brioche. Om cappuccino moeten we vragen. Ze gebruiken hier vooral lang houdbare melk, die aan koffieroom doet denken.
’s Middags rijden we naar Cefalù aan de noordkust, best een lief stadje. We hebben laat honger en helaas op een onhandig tijdstip. Sicilianen stoppen net als de rest van het land ’s middags een paar uur met werken. Ze gaan dan ergens een hapje warm eten (antipasto, primo, secondo en dolce, geen pizza). In steden als Cefalù kun je ’s middags echter op sommige plekken wel pizza eten. Aangezien er in de buurt van ons appartement weinig eettenten te vinden zijn en de wegen onverlicht, proberen we hier een pizza te gaan eten. Op het enige terras waar nog activiteit lijkt te zijn, worden we eerst naar binnen gebonjourd en eenmaal binnen wordt geblaft dat we geen pizza meer kunnen krijgen. We besluiten dan maar te hopen op een bakkertje en vinden er eentje op weg terug naar de auto. Hier nemen we Panelle, een gefrituurde Siciliaanse specialiteit gemaakt van kikkererwtenmeel en een stukje plaatpizza met Caciocavallo (een lokale kaas gemaakt van koemelk).
Op de weg terug zetten we de auto aan de kant, dat doet iedereen hier dus okee dan maar, om paarse en groene vijgen te plukken. Dit eten we ’s avonds met 4 soorten kaas, Caciocavallo, Pecorino, Belpaese en Auricchio dolce, en lekker brood. De poesjes die hier bij het Agriturismo wonen lustten de kaasjes ook wel; miauw.

Laat een reactie achter

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*