Tortine della nonna

Ik zit sinds een poosje op Instagram. Niet alleen omdat ik het leuk vind om foto’s te plaatsen, maar ook om foto’s te bekijken. Zo volg ik er een Braziliaanse die in Rome zit en werkelijk van elke straathoek een foto plaatst (leuk) en zie ik per dag tientallen smoothies in jambekers-met-handvat voorbij komen (niet leuk en echt, boerenkool in je smoothie is gewoon vies, doe dat nou niet).
Onlangs zag ik bij iemand hele knappe aspergetaartjes voorbij komen: rechthoekig met ribbelrand. Ik dook er meteen op en kreeg een merk. En toen de vormen eenmaal op de mat lagen, moest ik natuurlijk wel wat bakken. Bovendien had ik al weken zin in torta della nonna.

Het werden kleine taartjes: tortine. Van mijn favoriete Nederlands-Italiaanse vrouw Antoinette kreeg ik haar recept doorgespeeld. Maar omdat voorbereiden en receptlezen ook een vak is, maakte ik weer een eigen variant.

Je kunt natuurlijk ook andere kleine bakvormen nemen (die van mij waren 13×8 cm). Als je vormen zonder uitneembare bodem gebruikt, moet je zorgen dat je de vormpjes ernstig goed invet en de taartjes helemaal afgekoeld zijn alvorens je ze voorzichtig ondersteboven keert om ze uit de vorm te halen.

De hoeveelheid deeg in mijn recept is voor acht taartjes (omdat je eieren nu eenmaal niet gemakkelijk halveert). Het recept zelf is voor vier taartjes, want van leuke kleine vormen heb je er vast geen acht. Vries dus de helft van het deeg in voor een volgende baksessie.

tortinedellanonna

 Tortine della nonna

Deeg (2 porties):
200 g bloem en indien nodig iets extra
50 g amandelmeel
5 g bakpoeder
snufje zout
120 g boter uit de koelkast
1 ei + 1 eigeel
1 bio citroen
80 g suiker

voor de vulling:
100ml melk
60 ml slagroom
merg van 5 cm vanillestokje
1/2 citroen
1 eigeel
30 g suiker
10 g maizena

erop: 40 g pijnboompitten (helaas had ik niet van die prachtige lange Italiaanse, want die zie je zelden ergens)

Roer de bloem, het amandelmeel, het bakpoeder en het zout door elkaar. Snij de koude boter in blokjes en wrijf ze door de bloem (met de hand of de keukenmachine) tot je een kruimig geheel hebt. Voeg dan ook het ei en het eigeel toe.
Rasp de schil van de citroen; als het lukt alleen het gele gedeelte: dit gaat goed met een blokrasp of een zesteur. Zorg dat je fijne rasp krijgt en geen enorm lange slierten.
Voeg dan ook het citroenrasp en de suiker toe en kneed het deeg even door. Als het te veel plakt, voeg je wat extra bloem toe.
Verdeel het deeg in tweeën, verpak beide stukken in plastic folie en doe één portie in de vriezer en de ander in de koelkast.

Laat het deeg in de koelkast een uur rusten, zodat de boter wat harder kan worden en het deeg straks makkelijker in de vormen gaat.

Zet de bakvormpjes klaar, vet ze in met boter en zet ze op een bakplaat.

Zet een kwartier voordat je de taartjes gaat bakken de oven aan en verwarm voor op 175 graden.

Doe de melk, de slagroom, het vanillemerg en het citroenrasp (ook weer fijn geraspt) in een steelpan en verwarm zachtjes zonder te laten koken.

Doe het eigeel samen met de suiker in een kom en klop met de garde schuimig. Schep dan een lepel van het warme melkmengsel bij het eimengsel, roer goed. Voeg de maizena toe en roer glad. Schenk dat mengsel dan terug bij de melk/room op het vuur. Verwarm door terwijl je de hele tijd roert met een garde en laat het niet koken. Het mengsel wordt nu dikker. Als het dik is, draai je het vuur uit.

Verdeel het deeg in vier bolletjes en druk het in de vormen. Bedek de bodem en de randen. Schep er dan de vulling in, verdeel over de bodem en strooi er de pijnboompitten op.

Bak de taartjes in ongeveer 20 min gaar (175 graden) en goudbruin.

En speciaal voor Antoinette:
Muziek terwijl u kookt: *klik* ;)

Laat een reactie achter

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*