Zomereten, poolen en Carluccio focaccia

focacciametgeroosterdetomatenIk maak het mezelf niet erg makkelijk als het op boodschappen doen aankomt. Koken als hobby hebben vereist enige tijd en goede fietstassen. Dat laatste is een beetje een probleem, want de rechterfietstas is compleet vernaggeld doordat ik in een flat woon waar je met een trapje met je fiets naar beneden moet lopen. Nu zou je denken dat in de jaren vijftig, toen deze flats gebouwd werden, bijna iedereen nog boodschappen met de fiets deed. Waarom de fietsrichel naast het trapje dan zo achterlijk smal is, begrijp ik niet. In ieder geval is de rechtertas kapot. De linker heeft ook niet lang meer te leven. Betere fietstassen en oefenen met de fiets op de juiste manier beneden te krijgen is wel nodig, maar eigenlijk wil ik liever een rieten mand voorop.

Enfin, boodschappen en hoge eisen dus. De groenten haal ik als het even kan op de markt, de kaas moet dan van de bioboer komen en mijn olijven haal ik het liefst bij Pomino, een lieve deli op de Langebrug in Leiden. Als ik daar ben is het moeilijk de verleiding te weerstaan om een met geitenkaas gevulde minipaprika te nemen. Maar waarom zou ik ook? Bij een vorig bezoek met mijn moeder, suggereerde ik dat ze er twee paprikaatjes bij kon nemen, zodat we iets te snacken hadden. Die twee werden er zes en ondanks dat het absoluut geen straf is er drie weg te moeten werken, bestel ik als ik er ben, toch maar eentje. Je moet jezelf wel een beetje voor lul durven zetten, om één paprikaatje te bestellen, maar het is de moeite waard. Eigenlijk kwam ik er voor olijven en gist, respectievelijk 150 en 30 gram.

De olijven zijn om zo op te eten. En de gist voor een focaccia naar een makkelijk receptje van (de goedlachse, vaak met een beetje ouderwetse bril op) Antonio Carluccio. Ik doe er meer zout in dan hij, omdat ik het anders te flauw vind.

Carluccio focaccia

500 gram bloem
30 gram verse gist
1 3/4 dl. lauw water
2 eetlepels olijfolie
1 theelepel zeezout

Los eerst de gist in het water op. Meng het vervolgens met de bloem, olijfolie en zout. Kan zowel in kom als keukenmachine. Kneed dat een minuut of 10. Mocht je wat frustratie kwijt willen, gooi het deegje dan gerust op het aanrecht, als je het daarna maar een kusje geeft, want het moet wel een mooi broodje worden.
Nu moet het deegje gaan rijzen, maar het is in Nederland natuurlijk niet altijd even warm. Wellicht kun je deze focaccia beter alleen maar op zonnige dagen maken. Leg het deegje in een warme kom (ik gebruik hiervoor een aluminium kom waar ik eerst kokend water in heb gedaan), vouw hierover direct plasticfolie en daarover een vochtige hete theedoek. Bind er als het kan een elastiekje omheen, zodat er geen lucht tussen kan komen. Zet in een vensterbank aan de zonkant en ga een uurtje wat anders doen. Als het mooi gerezen is, leg je het deeg op met olie ingevet bakpapier op een bakplaat. Druk het voorzichtig uit tot een mooi plat brood. Ik heb mijn focaccia het liefst niet hoger dan 1 centimeter en druk het daarom uit tot het ongeveer 1/2 cm. hoog is. Carluccio heeft het over 2 centimeter. Bestrijk het dan nog met olijfolie en maal er grof zeezout over en maak met je vingertoppen kuiltjes in het deeg. Zet ongeveer 30-45 minuten in de oven (200 graden) tot het een bruin kleurtje heeft.
Bij de focaccia maakte ik geroosterde tomaten-smeersel. Dit ga ik in 1 zin uitleggen: koop rijpe pomodori (de markt staat helaas niet altijd garant voor succes, de roma tomaten van de AH wel), snijd deze in dikke plakken en leg op bakpapier, strooi er fruitige olijfolie over, zeezout, oregano, versgemalen zwarte peper en schuif voor ongeveer 45 in de oven (170 graden). In feite waren dat meerdere zinnen ineen, maar zo makkelijk is het dus. Okee, nog een zin dan: haal de tomaten uit de oven en prak tot een grove smeerbare substantie.

Erbij aten we saladewraps – het recept daarvoor volgt later nog wel eens, ik eet het bijna elke week wel een keertje – olijven en een salade van gegrilde courgette en paprika en feta. We dronken koude prosecco en toe hadden we tartufo nero en verse ananas.
Al dat eten had me genoeg energie gegeven om goed te poolen in ieder geval, ik speelde veel ballen netjes de pockets in.

één reactie

  1. Ik wil ook prosecco!

Laat een reactie achter

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*